
Over de bijbelse
opdracht wat betreft het diaconaat valt veel te schrijven. Teveel zelfs om hier
kwijt te kunnen. Omdat de oorsprong van het diaconaat echter in de Bijbel ligt,
zullen we hier toch kort op ingaan. Iemand die meer wil weten over de taak van
de diaken volgens de Bijbel, zal in eerste instantie merken dat hierover in de
Bijbel weinig wordt geschreven. Toch komt in het Nieuwe Testament het Griekse
woord "diakonia" regelmatig voor. Dit woord betekent "dienst". Het hiervan
afgeleide woord "diakonos" wordt in het algemeen vertaald als "diaken".
Het dienen is niet alleen maar een bepaald aspect van het gemeente zijn, het
dienen behoort tot de kern van het gemeente zijn.
Oorspronkelijk had het vooral betrekking op het dienen aan
tafel. Daarom hebben de diakenen bij het vieren van het Avondmaal, nog steeds
een belangrijke taak.
De opdracht van de Diaconie is: “Helpen waar geen helper
is”. De hulpverlening vindt plaats op drie niveaus: plaatselijk, landelijk en
wereldwijd. Alhoewel voor dat laatste een aparte ZWO commissie is opgericht,
verleent onze diaconie bij grote rampen in de wereld ook financiële hulp. Dit
altijd in samenspraak met de ZWO.
Veel mensen die actief zijn in het diaconaat laten zich inspireren door de bijbel. In de boeken van het Oude Testament en in de verhalen van Jezus in het Nieuwe Testament speelt het recht van de armen een belangrijke rol. Een voorbeeld is het verhaal van de barmhartige Samaritaan (Lucas 10: 25-37. In het boek Handelingen (in het Nieuwe Testament) worden de eerste christelijke gemeenten beschreven, zoals die in de eerste eeuw van onze jaartelling ontstonden. In deze gemeenten werden diakenen aangesteld die verantwoordelijk waren voor het beheer en de (her)verdeling en de goederen die de gemeenteleden op hun samenkomsten bijeenbrachten. De diakenen hadden, behalve een dienende taak in de liturgische samenkomsten, ook een sociale taak in de gemeenschap. De bijbelse opdracht tot dienen is samengevat in het gebod van de liefde tot God en de daaraan verbonden liefde tot de naaste (Matth. 22:37-40). Waarachtige liefde tot God laat zich niet verenigen met gebrek aan liefde tot de naaste. Ons grote voorbeeld hierin is Christus, die niet gekomen is om Zich te laten dienen, maar om te dienen (Matth. 20:28). De opdracht om te dienen komt duidelijk naar voren in Matth. 25:31-46, waarin Jezus ons op de dienst van barmhartigheid en gerechtigheid wijst. Een veelomvattende diaconale opdracht van de gemeente, waarbij veel op het spel staat.
Ook Paulus spreekt in I Cor. 12:26 over het dienen in de gemeente. Als hij schrijft "als een lid lijdt, lijden alle leden mee", ligt daarin opgesloten, dat de gehele gemeente geroepen is, diaconale gemeente te zijn. De diaconale taak is dus duidelijk niet alleen opgedragen aan een specifieke groep gemeenteleden. Nu is het niet zo dat alle gemeenteleden die diaconale taak op dezelfde wijze moeten uitvoeren. Paulus geeft het voorbeeld van een lichaam dat bestaat uit vele leden, zoals het oog, het oor, de mond, enz. Hoewel al deze leden verschillend zijn en ook allemaal een specifieke taak hebben, vormen ze samen toch een lichaam. Zo heeft ook de Geest aan gelovigen gaven gegeven, om ze daarmee hun eigen waardevolle plaats in het lichaam van Christus te geven. Opdat zo de hele gemeente diaconale gemeente zal zijn!

Al in de eerste christelijke gemeenten treffen we diakenen aan. Hun taak was in de eerste plaats het verzorgen van armen en weduwen.
Daar kwam bij dat ze de tafels
moesten bedienen. Vandaag de dag kunnen we zeggen dat de diaconale taak zich
uitstrekt tot al die mensen die lijden door armoede, onrecht, discriminatie of
ziekte. Dit krijgt gestalte door hen bij te staan in de voorbeden, met materiële
hulp en met steun in het zoeken naar recht.
In de loop van de eeuwen kwam het accent in de taken van de diakenen meer
te liggen op de liturgische functie. Maar in de kerken die ontstonden na de
reformatie (16e eeuw), zoals de Nederlandse Hervormde Kerk, werd het oude
diakenambt weer in ere hersteld, met een sterke nadruk op de sociale taken. De
diaconie als speciale instelling van de kerk zorgde voor de armen en richtte
tehuizen op voor weduwen, wezen en ouderen. Diakenen beheerden het kapitaal dat
in de vorm van geld, kunstbezit of onroerend goed aan de diaconie werd nagelaten
door vermogende burgers en zorgden voor een goede besteding van de opbrengst
ervan. Zij doen dat tot op de dag van vandaag.
Barmhartigheid
|
|
|
klik op een afbeelding voor een vergroting
|
|
De Zeven Werken van Barmhartigheid, geschilderd door de Meester van Alkmaar (1504)
Rijksmuseum, Amsterdam
|
Eeuwenlang werden de taken van de diaconie gevormd door de zeven
werken van barmhartigheid: de hongerigen voeden, de dorstigen te drinken geven,
de vreemdeling onderdak verschaffen, de naakten kleden, de zieken verzorgen, de
gevangenen bezoeken en de doden begraven.
In de negentiende eeuw komt de nadruk in het diaconaat vooral te liggen op de
'verzorging van de armen'. In de armenwet van 1854 wordt het voorzien in de
behoeften van de armen uitdrukkelijk overgelaten aan de kerken en het
particulier initiatief. In de tweede helft van de 19e eeuw verscherpen de
sociale tegenstellingen zich. De kerkelijke liefdadigheid is absoluut
onvoldoende om de sociale problemen op te lossen. Het duurt echter tot
halverwege de twintigste eeuw voordat van overheidswege het stelsel van sociale
zekerheid wordt uitgebouwd van gunst naar recht. De
Algemene Bijstandswet van 1965 vormt hiervan het sluitstuk. Dit betekende een
drastische verandering in de taken van de diaconie. Immers, daadwerkelijke
armenzorg door diakenen was niet meer nodig. Diakenen speelden nog enige tijd
een rol in het besturen van instellingen op het gebied van maatschappelijk werk,
gezinsverzorging en ouderenzorg, maar met de veralgemenisering van deze voorheen
verzuilde instellingen, verdween ook die taak.
Gerechtigheid
In de jaren zestig en zeventig verschoof dus het accent in het
diaconaat van het doen van barmhartigheid naar de inzet voor gerechtigheid. De
wereld buiten Nederland kwam in het vizier. De diaconie ging projecten in het
buitenland steunen. Dat ging onder het kopje “werelddiaconaat”. In de jaren
tachtig en negentig werd in Nederland het stelsel van sociale zekerheid
gesaneerd. Een beweging, genaamd “de arme kant van Nederland”, speelde een
belangrijke rol bij het aan de kaak stellen van de verslechtering van de positie
van mensen die van een minimuminkomen moeten leven. Veel kerkelijke en diaconale
organisaties waren vertegenwoordigd in deze beweging. De diaconie krijgt, met
name in de grote steden, een nieuwe rol in het opzetten van projecten gericht op
de positieverbetering van mensen aan de onderkant van de samenleving.
Mensen, of ze nu lid zijn van de kerk of niet, kunnen in de problemen komen. De diaconie wil dan helpen. Meestal door verwijzing naar instellingen of diensten waar hulp geboden kan worden en als het nodig is gaat de diaken mee. Vaak kan een diaken meehelpen een formulier in te vullen of weet een regeling te vinden waar gebruik van kan worden gemaakt of regelt een afspraak met de juiste persoon die verder kan helpen.
En bij financiële problemen kan de
diaconie ook zelf bijspringen. De diaconie heeft daar wel strikte regels voor.
In het algemeen geldt dat financieel niet geholpen kan worden als er bij de
overheid nog mogelijkheden zijn om voor regelingen en vrijstellingen in
aanmerking te komen. De diaken helpt daarbij.
Ook wordt er geen financiële hulp geboden wanneer iemand een uitkering op het
minimumniveau ontvangt, maar - en dat moet er direct bij gezegd - als er
bijzondere of speciale omstandigheden zijn dan kan de diaconie soms helpen.
De diaconie werkt volledig anoniem. Niemand komt te weten wie hulp gevraagd of gekregen heeft van de diaconie.
|
|
|
|
|
|
|
Taken van de diaken
|
|
|
In het volgende overzicht kunt u lezen welke verdere taken (dan de barmhartige) de diakenen hebben.
|
|
|
Inzamelen van geldelijke gaven
|
|
|
|
Elke week collecteren de diakenen in de kerkdienst. Per zondag zijn er twee of drie verschillende collectes. Een voor de kerk en een voor de diakonie en een andere bij de deur Deze collecten zijn bestemd voor de eigen diaconie, diaconale kerkelijke kassen of door de diaconie uitgekozen projecten. Daarnaast komen er giften binnen.
|
|
Noodhulp |
Indien zich ergens op de wereld een ramp (in de meest ruime zin van het woord) voordoet, wordt door de diaconie het geld voor de eerstvolgende diaconiecollecte aangewend als gift ten bate van de betreffende ramp. De diaconie zal daarbij de beste kanalen zoeken om als kerken gezamenlijk hulp te geven. Dat is vaak via Kerk in Actie. Dit is een overkoepelende organisatie voor alle Samen op Weg kerken.
|
|
Projecten |
Naast alle bovenstaande uitgaveposten schenkt de diaconie ook aan diverse andere projecten binnen en buiten de eigen gemeente.
|
|
Heilig Avondmaal
|
|
|
Het hoogtepunt van de maaltijden tijdens Jezus' leven op aarde is het Pascha, waarbij Hij het Heilig Avondmaal instelde als teken en zegel van Zijn lijden en als beeld van de maaltijd van de toekomst (Mat. 26:26-29). Bij deze maaltijd heeft Hij zijn eigen woord, over de heer die zijn knechten aan tafel nodigt en hen bedient, indrukwekkend waargemaakt. Nergens in de Bijbel toont Jezus duidelijker dat "dienen" voor Hem betekent, dat Hij zich geeft om ons te reinigen en dat Hij beschikbaar is voor de meest nederige dienst in ons leven. Tegelijkertijd worden wij geroepen om Hem in nederigheid te volgen: "…want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb" (Joh. 13:15). Zo heeft Christus de viering van het Heilig Avondmaal gemaakt tot het hart van het diaconaat. Vanouds heeft de diaken een eigen plaats gehad bij de bediening van het Avondmaal. In de vroege kerk assisteerden de diakenen bij het uitdelen van brood en wijn. Een bijbels voorbeeld hiervan is terug te vinden in Handelingen 6 vers 1 – 4. In onze kerk assisteren diakenen nog steeds bij het Avondmaal. Concreet betekent dit dat in onze gemeente diakenen assisteren bij het breken van brood en het vullen van de wijnkan en het reinigen van de drinkbekers.
|
|
|
Wijkteams |
Ouderen, zieken en gehandicapten krijgen extra aandacht van de diaconie; dit uit zich in de vorm van regelmatig bezoek, het organiseren van ouderenmiddagen, Open Huis, avondmaalsviering in het Zorgcentrum, etc. Per wijk zijn hiervoor onder leiding van een wijkdiaken, zogenaamde wijkteams actief. De leden van het wijkteam (wijkouderling, wijkdiaken, pastorale medewerkers en wijkbezoekers) bezoeken gemeenteleden die voor een dergelijke belangstellend bezoek in aanmerking komen. Voor een overzicht van de wijkteams: klik hier.
|
|
Bloemen
|
|
|
|
Voor in de kerk staan altijd bloemen, die worden geschikt door mevr. R.Dees. Deze bloemen gaan na de morgendienst naar zieken of anderszins daarvoor in aanmerking komende gemeenteleden. Uitgangspunt daarbij is dat de bloemen worden gebracht naar gemeenteleden die de leeftijd van 70, 75 en 80 bereikt hebben en vervolgens elk jaar. Verder bij ziekte en zeer of hen, die een bloemetje ter bemoediging nodig hebben. De dominee zorgt voor de namen van hen die de bloemen zullen ontvangen.
|
|
Kerktelefoon |
|
|
|
Alle diensten worden rechtstreeks uitgezonden via een speciale lijn naar de aangesloten kerkleden. Tevens wordt een aantal bandopnamen XE "bandopnamen" gemaakt van de diensten ten behoeve van zieken en anderen. Deze worden rondgebracht. Gemeenteleden die niet in staat zijn om de kerkdiensten bij te wonen, kunnen een aansluiting krijgen op de kerktelefoon, Tevens zijn alle bewoners van “de Molenhof” hierop aangesloten. Gemeenteleden die een kerktelefoonaansluiting wensen of in aanmerking willen komen voor een cassettebandje kunnen contact opnemen met de diaconie.
|
|
Rijdiensten (organiseren en coördineren)
|
|
|
|
Voor hen die slecht ter been zijn en geen kans zien om met eigen middelen ter kerke te komen worden er rijdiensten georganiseerd en gecoördineerd door de diaconie. De rijdiensten worden gerealiseerd door medewerking van een groot aantal gemeenteleden, die bereid zijn om bij toerbeurt deze mensen te rijden.
|
|
Vakantiebureau ISDV – Interkerkelijke Stichting Diakonaal Vakantiewerk
|
|
|
|
Het ISDV organiseert vakanties in groepsverband voor mensen die vanwege lichamelijke, medische, sociale beperkingen niet aan het gewone vakantiepatroon kunnen deelnemen. De Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland hebben de organisatie van de vakantieweken in handen gelegd van het vakantiebureau van de ISDV. De vakantiecentra zijn: het F.D. Roosevelthuis in Doorn en de Blije Werelt in Lunteren. Bij één van onze diakenen kan men aankloppen als men graag aan zo’n vakantie zou willen deelnemen. Maar waar ook zeker de laatste jaren erg veel vraag naar is, is vrijwilligers. Doordat er te weinig vrijwilligers zijn moeten er soms vakantieweken worden afgezegd. Dus vrijwilligers kunnen zich ook aanmelden bij de diaconie.
|
|
Avondmaalsvieringen in “de Molenhof”
|
|
|
|
Deze worden gehouden voor diegene die niet (meer) in staat zijn deel te nemen aan de vieringen in de kerk. De vieringen staan open voor alle leden van de Protestantse kerk. De 2 predikanten gaan volgens rooster bij toerbeurt voor, geassisteerd door 2 ouderlingen en 4 diakenen van de eigen kerk. |
|
|
|
|
|
Jan de Bree secretaris diaconie |
|
|
|
